jueves, 24 de octubre de 2013

Aprender Holandés. Números, días de la semana y meses

Hoy vamos a enseñar lo más básico: Los números, los días de la semana y los meses.

Los números - Getallen
 
1 =  een 
2 = twee
3 = drie
4 = vier
5 = vijf
6 = zes
7 = zeven
8 = acht
9 = negen
10 = tien
11= elf
12 = twaalf
13 = dertien
14 = veertien
15 = vijftien
16 = zestien
17 = zeventien
18 = achttien
19 = negentien
20 = twintig
21 = eenentwintig
22 = tweeëntwintig
23 = drieëntwintig
24 = vierentwintig
30 = dertig
31 = eenendertig
32 = tweeëndertig
33 = drieëndertig 
40 = veertig
50 = vijftig
60 = zestig
70 = zeventig
80 = tachtig
90 = negentig
100 = honderd
1000 = duizend
1.000.000 = één miljoen


Los días de la semana - De dagen van de week.


Lunes → Maandag
Martes → Dinsdag
Miércoles → Woensdag
Jueves → Donderdag.
Viernes → Vrijdag
Sábado → Zaterdag
Domingo → Zondag



Los meses del año - Maanden van het jaar

Enero → Januari
Febrero → Februari
Marzo → Maart
Abril → April
Mayo → Mei
Junio → Juni
Julio → Juli
Agosto → Augustus
Septiembre → September
Octubre → Oktober
Noviembre → November
Diciembre → December.

0 comentarios:

Publicar un comentario